Het eendraadsschema opbouwen

U beschrijft de installatie als een boom; OneLine tekent er het schema van. Zo voegt u onderdelen toe, vult u ze in en schuift u ze op hun plaats.

Bijgewerkt op 29 september 2026, voor OneLine 0.25.

Het scherm

In de weergave Eendraadsschema hebt u drie kolommen:

  • links Installatie: de installatie als boom, van de aansluiting tot de laatste verbruiker;
  • in het midden het blad Eendraadsschema, dat OneLine uit die boom tekent;
  • rechts het paneel met de eigenschappen van het onderdeel dat u geselecteerd hebt. In de kop staat het soort onderdeel, bijvoorbeeld Stroomkring of Verbruiker; zonder selectie heet het paneel Eigenschappen.

U tekent zelf niets. De plaats van elk symbool, de rails, de kringletters en de nummering volgen uit de boom. Klik op een rij in de boom of op een symbool op het blad om het onderdeel te selecteren. Wat het AREI op het schema vraagt, leest u in de gids Eendraadsschema maken.

De installatie als boom

Bovenaan staat de Aansluiting. Daaronder hangen de beveiligingen (hoofdschakelaar, differentiëlen), daaronder de stroomkringen en onder elke kring de verbruikers. Welk onderdeel waar mag, bewaakt OneLine zelf:

  • onder de aansluiting en onder een beveiliging: beveiligingen, stroomkringen, borden, dozen, bronnen en tekst;
  • onder een stroomkring: verbruikers, dozen, een onderbord, bronnen, domoticamodules en tekst;
  • onder een bord: beveiligingen, stroomkringen en tekst;
  • onder een contactdoos: de toestellen die erop aangesloten zijn.

Een rij met een bolletje (fout) of een driehoekje (waarschuwing) heeft een melding van de AREI-controle; zie AREI-controles.

Een stroomkring toevoegen

  1. Selecteer in Installatie de differentieel waaronder de kring moet komen.
  2. Klik bovenaan de kolom op + (Kring toevoegen) en kies een soort kring, bijvoorbeeld Verlichting, Stopcontacten of Lege stroomkring. De kring komt onder het geselecteerde onderdeel, of onder het eerste onderdeel erboven dat een kring kan dragen.
  3. Vul in het paneel rechts de Omschrijving in, en controleer de beveiliging en de kabel.

De Letter geeft OneLine automatisch; in het veld ziet u welke. Typ een andere letter om ze vast te zetten.

Wilt u eerst alle kringen noteren en ze pas daarna over de differentiëlen verdelen? Vink dan Bouwmodus aan. Nieuwe kringen komen dan bij Niet toegewezen onderaan de boom, en u sleept ze later op hun plaats.

Elke rij heeft rechts een knop ⋯ (Acties). Het menu heeft twee delen om iets toe te voegen:

  • Toevoegen in «…»: een nieuw onderdeel ín dit onderdeel, bijvoorbeeld een verbruiker in een kring;
  • Toevoegen na «…»: een nieuw onderdeel op hetzelfde niveau, direct na deze rij.

Per soort onderdeel is er een submenu met kant-en-klare varianten. De verbruikers zijn ingedeeld in Verlichting, Contactdozen, Toestellen, Domotica en Andere. Staat het symbool dat u zoekt er niet bij, kies dan Ander symbool… en zoek het in de volledige lijst.

Het menu Acties van een stroomkring in de boomstructuur, met Verplaatsen naar…, Knippen, Parkeren en de groepen Toevoegen in en Toevoegen na; het submenu Verbruiker is open met de voorinstellingen per groep.
Het menu ⋯ van stroomkring C: bovenaan de acties, daaronder Toevoegen in en Toevoegen na, met het submenu Verbruiker open. In de toepassing zijn beide menu’s korter en scrollen ze.

In hetzelfde menu staan ook Verplaatsen naar…, Knippen, Plakken en Parkeren; zie Verplaatsen.

Met het toetsenbord bouwen

Klik in de boom en werk verder zonder muis:

  • ↑ en ↓ kiezen de vorige of volgende rij;
  • Enter voegt na de geselecteerde rij een nieuw onderdeel van dezelfde soort toe;
  • Shift+Enter voegt een onderdeel toe ín de geselecteerde rij, bij een kring een verbruiker;
  • Tab hangt de rij onder de rij erboven, Shift+Tab haalt ze er een niveau uit;
  • → en ← klappen een tak open en dicht.

Alle toetsen staan in Sneltoetsen.

Eigenschappen invullen

Welke velden het paneel rechts toont, hangt af van het onderdeel. Wijzigingen verschijnen meteen op het blad.

Een stroomkring

Het paneel Eigenschappen van een stroomkring: letter, polen, omschrijving, ruimte met bad of douche, fase met de knop Volgende vrije fase, de groepen Beveiliging (type toestel, nominale stroom, curve), Kabel (kabeltype, brandklasse, aantal geleiders, doorsnede, aardgeleider, plaatsing, lengte) en Tekening, en de knoppen Dupliceren, Verplaatsen naar…, Parkeren en Verwijderen.
Stroomkring C: een automaat van 20 A, curve C, met een XVB-kabel 3G2,5 in de wand.
  • Letter, Polen en Omschrijving. De omschrijving komt boven de kolom van de kring op het schema, tenzij u dat uitzet in Projectgegevens.
  • Ruimte met bad of douche. OneLine vinkt dit voor als de omschrijving erop wijst (het herkent de woorden “badkamer” en “douche”, ook in een Franse omschrijving als “salle de douche”, maar niet “salle de bains”); bevestig of wijzig het.
  • Fase, en op een driefasig net de knop Volgende vrije fase, die de kring op de minst belaste fase zet. Onder een differentieel toont de tabel Fasen hoe de kringen verdeeld zijn.
  • Beveiliging: het Type toestel, de Nominale stroom, de Curve en, bij een differentieelautomaat, de Aanspreekstroom en het Type differentieel.
  • Kabel: Kabeltype, Brandklasse, Aantal geleiders, Doorsnede, Met aardgeleider (G), Plaatsing en Lengte (m). De lengte komt in de kabellijst.
  • Tekening › Verbruikers per kolom: na hoeveel verbruikers een lange kring in een volgende kolom verdergaat. Leeg volgt de instelling van het project.

Een differentieel of andere beveiliging

Naam (bij een differentieel standaard DIFF 1, DIFF 2 …), Polen, het toestel met zijn Nominale stroom, Aanspreekstroom en Type differentieel, en de vakjes Selectief en Verzegeld.

Een verbruiker

Het paneel Eigenschappen van een contactdoos: symbool met de knop Wijzigen, aantal en nummer, opties (waterdicht, aardingscontact, kinderbeveiliging, ingebouwde schakelaar), schakelaars in serie, domoticasturing, omschrijving en de knoppen Dupliceren, Verplaatsen naar…, Parkeren en Verwijderen.
Verbruiker C1, een contactdoos met aardingscontact en kinderbeveiliging.
  • Symbool: klik op Wijzigen om een ander symbool te kiezen; zie Symbolen.
  • Aantal: hoeveel gelijke punten dit zijn, bij een contactdoos het aantal stopcontacten.
  • Nummer (handmatig): laat leeg voor de automatische nummering; OneLine toont welk nummer het punt krijgt.
  • Opties: bij een contactdoos Waterdicht, Met aardingscontact en IPXX-D / kinderbeveiliging; bij elke verbruiker Ingebouwde schakelaar.
  • Schakelaars in serie: de schakelaars die het punt bedienen. Voeg er een toe met Schakelaar toevoegen en zet ze in volgorde met de pijltjes.
  • Domoticasturing en Omschrijving; zie Domotica.

Bij een niet-huishoudelijke installatie

Is het Type installatie in Projectgegevens tertiair, industrieel of gemeenschappelijke delen, dan toont het paneel extra velden:

  • Rol bij een stroomkring en een bron: Gewone installatie, Veiligheidsinstallatie of Kritische installatie. Wat u als veiligheid of kritisch aanduidt, komt in de bijlage Veiligheids- en kritische installaties.
  • bij een bord Ik max aan dit bord (A), bij een beveiliging het Onderbrekingsvermogen en de Instellingen (bij een schakelaar de Toegekende stroomsterkte), bij een kabel de Doorsnede PE, en bij een bron de Kenmerken (3.1.2.2.b).

Zet u het type later terug op huishoudelijk, dan verdwijnen die velden uit beeld, maar wat u invulde, blijft bewaard.

Symbolen

Het venster Symbool kiezen toont de symbolen zoals ze getekend worden, ingedeeld zoals in Tabel 2.23 van het AREI. Typ in Zoeken… een deel van de naam om de lijst in te korten, en klik op een symbool om het te kiezen.

Het venster Symbool kiezen met een zoekveld en de symbolen per groep: elektrische toestellen, beschermingstoestellen, schakelaars en contactdozen; het huidige symbool Contactdoos is gemarkeerd.
Symbool kiezen: de groepen volgen Tabel 2.23; het huidige symbool is gemarkeerd.

Contactdozen en toestellen

Een toestel zoals een wasmachine sluit u rechtstreeks aan op de kring, of op een eigen contactdoos:

  • Selecteer het toestel en klik op Op een contactdoos aansluiten. OneLine zet er een contactdoos voor, die het nummer, de schakelaars en de omschrijving overneemt.
  • Selecteer een toestel in een contactdoos en klik op Rechtstreeks aansluiten om het er weer uit te halen. De contactdoos blijft staan.

Een contactdoos neemt zoveel toestellen als ze stopcontacten heeft (Aantal). Zolang er een vrij is, biedt het menu ⋯ van de contactdoos Toestel aan.

Domotica

  • Een gestuurde verbruiker. Vink bij de verbruiker Domoticasturing aan en kies het Basissymbool en het Type sturing. Zonder sturing wordt het punt met een gewone schakelaar bediend. In het menu vindt u onder Domotica ook kant-en-klare varianten, zoals Lichtpunt (domotica) en Rolluikmotor.
  • Een module. Kies in het menu van een kring Toevoegen in «…» › Module, bijvoorbeeld Schakelmodule (8 kanalen). Voeg kanalen toe met Kanaal toevoegen, en hang onder elk kanaal de verbruikers die het stuurt. Een volle module weigert een extra kanaal, met een melding.
  • Het bussysteem vermeldt u in Projectgegevens bij Opmerking domotica / bus; het komt in de legende. De bus zelf tekent OneLine niet.

Een UPS

Kies in het menu van een kring Toevoegen in «…» › Bron › UPS met bord. OneLine zet de UPS op de kring met een onderbord erachter, waaronder u de kringen van de UPS hangt. Bij de UPS vult u Naam, Batterij en Autonomie in.

Verplaatsen

Een onderdeel neemt bij het verplaatsen alles mee wat eronder hangt. Er zijn vier manieren:

  • Slepen: neem de rij vast aan het greepje ⠿ links en sleep ze naar haar nieuwe plaats. Een lijn toont waar ze terechtkomt. Blijft u even boven een dichtgeklapte tak hangen, dan klapt die open. Op een tablet houdt u het greepje eerst kort vast.
  • Verplaatsen naar… (⌘+M of Ctrl+M): een lijst met alleen de plaatsen waar het onderdeel mag komen, met een zoekveld. Kies er een en klik op Verplaatsen.
  • Knippen en Plakken (⌘+X en ⌘+V, of Ctrl+X en Ctrl+V): het geknipte onderdeel komt in het onderdeel waarop u plakt als dat kan, en anders direct erna.
  • Parkeren zet een onderdeel bij Niet toegewezen onderaan de boom. Het blijft bewaard met al zijn gegevens, maar staat niet op het schema tot u het terugzet.
Het venster Verplaatsen voor contactdoos C1 met een zoekveld en de lijst van mogelijke bestemmingen: Niet toegewezen en de stroomkringen met hun plaats in de installatie, en de knoppen Annuleren en Verplaatsen.
Verplaatsen van contactdoos C1: alleen de plaatsen waar ze mag komen, met het pad naar elke kring.

Een geparkeerd onderdeel staat onderaan de boom, onder Niet toegewezen. Van daaruit zet u het terug met Verplaatsen naar… of door het naar zijn plaats te slepen.

De boomstructuur Installatie met onderaan de zone Niet toegewezen, waarin een geparkeerde contactdoos staat.
Onderaan de boom: een geparkeerde contactdoos bij Niet toegewezen.

Dupliceren en verwijderen

  • Dupliceren (⌘+D of Ctrl+D) zet een kopie van het onderdeel, met alles eronder, direct na het origineel.
  • Verwijderen: selecteer het onderdeel en druk op Delete of Backspace. Hangen er onderdelen onder, dan vraagt OneLine eerst bevestiging.

Deze knoppen staan ook onderaan in het paneel rechts, samen met Verplaatsen naar… en Parkeren. Ook daar vraagt Verwijderen eerst bevestiging (Onderdeel verwijderen) als er onderdelen onder hangen. Met Ongedaan maken haalt u een verwijderd onderdeel terug.

Ongedaan maken

Elke wijziging kunt u terugdraaien met Ongedaan maken (⌘+Z of Ctrl+Z) en opnieuw uitvoeren met Opnieuw (⌘+⇧+Z of Ctrl+Shift+Z). OneLine onthoudt de laatste 100 stappen, zolang het project open is: na het openen van een project, of na het herstellen van een versie, begint de lijst opnieuw. Zolang u in een tekstveld typt, werkt de gewone ongedaan-maken van de browser in dat veld.

Het blad bekijken

  • Kies in de werkbalk het papierformaat (A4 of A3) en de zoom (Passend of 25 % tot 200 %). Het formaat hoort bij het project: het blijft na het herladen staan, gaat mee naar een ander toestel en in het projectbestand, en Ongedaan maken draait een wijziging terug. Tijdens een periode van alleen lezen ligt het vast. De plannen van het situatieschema hebben elk hun eigen formaat; een nieuw plan krijgt het formaat van het project.
  • OneLine verdeelt het schema zelf over bladen, tussen de kolommen van de kringen. De legende krijgt een eigen blad.
  • Of de kringbeschrijvingen en het aantal polen op het blad staan, en hoe meervoudige contactdozen getekend worden, stelt u in bij Projectgegevens.