Situatieschema maken voor de keuring
Het situatieschema toont waar de onderdelen van het eendraadsschema zich in de woning bevinden. Wat erop moet volgens het AREI, hoe u het opbouwt en wat u nakijkt voor de keuring.
Situatieschema of situatieplan?
Het AREI spreekt van het situatieplan; in de praktijk heet het vaak situatieschema. In het Franstalige reglement is het de plan de position. Het gaat om hetzelfde document.
Voor elke nieuwe huishoudelijke installatie, en voor elke belangrijke wijziging of uitbreiding, stelt de verantwoordelijke voor de uitvoering een eendraadsschema en een situatieplan op (art. 3.1.2.1.a). Het ene document zegt hoe de installatie is opgebouwd, het andere waar alles zit. Ze horen bij elkaar en worden samen gelezen.
Wat erop moet staan
Art. 3.1.2.3.a vraagt dat het situatieplan de plaats aangeeft van wat op het eendraadsschema staat:
- de schakel- en verdeelborden;
- de verbindings- en aftakdozen;
- de contactdozen, de lichtpunten en de schakelaars;
- de vaste toestellen en machines;
- sinds 1 juni 2023 ook de bronnen, zoals een omvormer of een batterij.
Elk punt draagt dezelfde letter en hetzelfde nummer als op het eendraadsschema. Het derde punt van kring B heet op beide documenten B3.
Ook op het situatieplan staan de naam, de hoedanigheid en het btw-nummer (indien van toepassing) van de verantwoordelijke voor de uitvoering, en het adres van de installatie (art. 3.1.2.1.a). Het document draagt een nummer, een versie en de datum van die versie (afdeling 3.1.2). Is de installatie bij de gelijkvormigheidscontrole conform, dan tekenen en dateren de verantwoordelijke en het erkend organisme ook het situatieplan.
De symbolen komen uit Tabel 2.23, dezelfde als op het eendraadsschema. Een symbool dat daar niet in staat, mag u gebruiken als het duidelijk herkenbaar is en in de legende gedefinieerd staat (art. 3.1.2.1.a).
Het voorbeeld in Boek 1: Figuur 3.2
Boek 1 geeft in Figuur 3.2 een voorbeeld van een situatieplan. U ziet er:
- een grondplan met de symbolen van Tabel 2.23 op hun plaats, elk met zijn code, zoals B3 of H1;
- schakelaars bij de deuren, met de code van het lichtpunt dat ze bedienen;
- borden en dozen met hun letter;
- genummerde ruimten, met een lijst van de ruimten in een hoek van het blad;
- hetzelfde titelblok als op het eendraadsschema: adres, nummer, versie en datum, en de handtekeningvakken.
Zo pakt u het aan
- Werk eerst het eendraadsschema af. Zolang kringen nog verschuiven, veranderen de codes, en dan moet u het plan opnieuw nalopen.
- Neem een grondplan per verdieping. Een bouwplan of een duidelijke schets volstaat, als de ruimten herkenbaar zijn. Houd het plan licht van toon, zodat de symbolen leesbaar blijven.
- Plaats kring per kring. Begin bij het bord en zet elk punt van de kring op zijn plaats, met de code ernaast. Zo mist u er geen.
- Vergeet de schakelaars niet. Zet ze waar ze werkelijk hangen en geef ze de code van het lichtpunt dat ze bedienen.
- Nummer de ruimten. Met een ruimtelijst is het plan ook leesbaar voor wie de woning niet kent.
- Vergelijk in twee richtingen. Staat elk punt van het eendraadsschema op het plan? En hoort elk symbool op het plan bij een punt op het schema?
Het plan volgt de uitgevoerde installatie
Het situatieplan moet de installatie weergeven zoals ze werkelijk is uitgevoerd. Wordt er tijdens de werken een contactdoos verplaatst of een lichtpunt toegevoegd, pas dan het plan aan, en het eendraadsschema mee als de nummering verandert.
Het eendraadsschema en het situatieplan horen in het dossier van de installatie, samen met de verslagen van het erkend organisme. Dat dossier wordt in tweevoud samengesteld (art. 9.1.2). Een huishoudelijke installatie krijgt na de gelijkvormigheidscontrole om de 25 jaar een controlebezoek (hoofdstuk 6.5).
Niet-huishoudelijke installaties
Deze gids gaat over woningen. Voor niet-huishoudelijke installaties gelden andere punten van afdeling 3.1.2 (3.1.2.1.b en 3.1.2.3.b), met onder meer situatieplannen van de aardverbindingen. Sinds 1 juni 2023 zijn de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw niet-huishoudelijk, maar voor hun schema’s en plannen volgen ze de huishoudelijke regels (3.1.2.1.e).
Nalopen voor de keuring
- Komt elke code op het plan overeen met het eendraadsschema?
- Staan de borden, verbindings- en aftakdozen en de bronnen erop, niet alleen contactdozen en lichtpunten?
- Heeft elke schakelaar de code van zijn lichtpunt?
- Staan adres, nummer, versie en datum op elk blad?
- Zijn eigen symbolen in de legende uitgelegd?
- Klopt het plan nog met wat er werkelijk geplaatst is?
Bronnen
AREI Boek 1, geconsolideerde tekst versie 06 (FOD Economie): afdeling 3.1.2 met Figuur 3.2, hoofdstuk 2.13 met Tabel 2.23, hoofdstuk 6.5 en afdeling 9.1.2. Deze gids vat de tekst samen en vervangt hem niet. Meer over het schema zelf leest u in de gids Eendraadsschema maken.
Zo doet OneLine het
In OneLine staat het situatieschema naast het eendraadsschema, in hetzelfde project.
- U importeert een grondplan per verdieping als pdf, png of jpeg, of u begint op een leeg blad.
- Het grondplan kunt u draaien, verplaatsen, vergroten en vervagen.
- U kiest een verbruiker in de lijst ‘Te plaatsen’ en klikt hem op het plan. De code komt uit het eendraadsschema.
- Schakelaars plaatst u apart, met de code van het lichtpunt dat ze bedienen.
- Ruimtenummers krijgen een bijbehorende ruimtelijst.
- Een melding toont welke punten van het eendraadsschema nog op geen enkel plan staan.
- De plannen gaan mee in dezelfde pdf, met hetzelfde titelblok.
OneLine is een tekenhulpmiddel. De controles ondersteunen u, maar de beoordeling van de installatie gebeurt door het erkend organisme.