Document met de uitwendige invloeden (AREI 9.1.6) invullen
Bij een niet-huishoudelijke installatie hoort een document dat per ruimte de uitwendige invloeden vastlegt. Wat Boek 1 daarover zegt, hoe de codes en Tabel 9.1 werken, en hoe u het document opbouwt.
Voor welke installaties?
Afdeling 9.1.6 geldt voor niet-huishoudelijke installaties, zoals die van een winkel, een kantoor of een fabriek. De tekst sluit huishoudelijke installaties uitdrukkelijk uit. Art. 3.1.2.1.b noemt de documenten met de uitwendige invloeden bij de schema’s en plannen van een niet-huishoudelijke installatie, naast de stroombaanschema’s, de situatieplannen en de situatieplannen van de aardverbindingen.
Sinds 1 juni 2023 zijn ook de gemeenschappelijke delen en de technische lokalen van een residentieel geheel niet-huishoudelijk. Voor hun dossier mogen ze zich wel beperken tot de inhoud van het huishoudelijke dossier (art. 6.5.8.2, 1). Wat het erkend organisme in dat geval verwacht, bespreekt u best vooraf.
Wat het document bevat
- Voor elke ruimte de uitwendige invloeden, per code van hoofdstuk 2.10.
- De vorm is vrij: het document mag “in de vorm van plan, tabel of lijst” zijn.
- De exploitant parafeert het vóór het ontwerp en de uitvoering. Het erkend organisme parafeert het bij de controle.
- Sinds 1 maart 2025 ook de ruimten die voor het publiek toegankelijk zijn, of de vermelding dat er geen zijn (zie verder).
De 17 codes
Hoofdstuk 2.10 beschrijft de uitwendige invloeden met een code van twee letters en een cijfer voor de klasse, bijvoorbeeld AD1 tot AD8 voor water. De eerste letter is de categorie: A voor de omgeving, B voor het gebruik, C voor het gebouw.
- Omgeving: AA omgevingstemperatuur, AD water, AE vreemde vaste lichamen, AF corrosieve en vervuilende stoffen, AG schokken, AH trillingen, AK flora en schimmels, AL fauna, AM elektromagnetische, elektrostatische of ioniserende invloeden, AN zonnestraling.
- Gebruik: BA bekwaamheid van personen, BB toestand van het menselijk lichaam, BC aanraking van het aardpotentiaal, BD ontruiming in noodgevallen, BE aard van de behandelde of opgeslagen goederen.
- Gebouw: CA bouwmaterialen, CB structuur van gebouwen.
Tabel 9.1: de niet-specifieke waarden
Tabel 9.1 in afdeling 9.1.6 duidt per code de niet-specifieke waarde aan. Zijn er in een ruimte geen specifieke uitwendige invloeden, dan mag het document zich beperken tot de bevestiging daarvan.
Voor de meeste codes is de niet-specifieke waarde de eerste klasse: AD1, AE1, BA1 enzovoort. Twee codes hebben er meer dan één: voor de temperatuur AA4, AA5 en AA8, en voor de aanraking van het aardpotentiaal BC1, BC2 en BC3. De tabel geeft ze alleen met zwarte vakjes aan; lees ze na in de tabel zelf.
Het werk zit dus vooral in wat per ruimte afwijkt van Tabel 9.1.
Klassen kiezen met de voorbeelden van Tabel 2.6 tot 2.21
De meeste tabellen van hoofdstuk 2.10 hebben een kolom met voorbeelden. Ze helpen om een ruimte in te delen:
- AD1: “Droge ruimten, bv. woonkamers, kamers, burelen ...”
- AD2: “Tijdelijk vochtige ruimten, bv. bepaalde keukens, kelders, overdekte terrassen, wc’s, individuele garages ...”
- AD4: natte ruimten, met onder meer koelkamers als voorbeeld.
- AA6: ketelhuizen en machinezalen.
- BE2: onder meer ketelhuizen, parkings, archiefzalen en opslagmagazijnen.
- BE4: onder meer voedingsindustrieën en grote keukens.
- BA4: “Uitbatings- of onderhoudspersoneel van elektrische installaties ...”
Lees ze met vier kanttekeningen:
- De voorbeelden zijn niet volledig; de tabel sluit ze af met “…”.
- Niet elke tabel heeft voorbeelden. Voor AE, AM, AN en BB is er geen voorbeeldkolom.
- Sommige voorbeelden noemen geen ruimte. BA4 en BA5 noemen personen, de voorbeelden van BD gebouwen: BD3 is bijvoorbeeld “Gebouwen met voor het publiek toegankelijke ruimten …”.
- Sommige voorbeelden, zoals sauna’s, werven en fonteinen, horen bij een hoofdstuk van deel 7 met eigen regels. De klasse alleen zegt dan niet alles wat er geldt.
Een voorbeeld is dus een houvast, geen indeling. U beoordeelt de omstandigheden in de ruimte zelf.
Voor het publiek toegankelijke ruimten
Sinds 1 maart 2025 (art. 31 van het KB van 3 oktober 2024) sluit afdeling 9.1.6 af met: “De eigenaar, de beheerder of de uitbater vermeldt de voor het publiek toegankelijke ruimten op het document van de uitwendige invloeden.” Zijn er geen, dan vermeldt hij dat op hetzelfde document.
Art. 2.2.1.1 definieert zo’n ruimte als “een ruimte die, zonder voorafgaande toestemming, voor iedereen toegankelijk is, ongeacht of de toegang permanent of tijdelijk is, dan wel aan voorwaarden gekoppeld wordt.”
Voor bestaande installaties geldt een overgangstermijn van twee jaar vanaf 1 maart 2025. De verplichting vervalt als de ruimten al duidelijk op een ander beschikbaar document staan (art. 60 van hetzelfde KB).
Zo pakt u het aan
- Maak de lijst van ruimten. Gebruik dezelfde nummers en namen als op het situatieplan, zodat beide documenten samen leesbaar zijn.
- Vertrek van Tabel 9.1. Ga per ruimte na welke codes de niet-specifieke waarde hebben. Burelen en kantoren staan zelf als voorbeeld bij AD1 en BC2, twee niet-specifieke klassen.
- Leg vast wat afwijkt. Een koelcel, een stookplaats, een grootkeuken, een parking of een ruimte die alleen voor technisch personeel toegankelijk is: kies de klasse met de tabel en haar voorbeelden als houvast.
- Vermeld de publiek toegankelijke ruimten, of dat er geen zijn.
- Kies het materieel mee op die invloeden. Art. 5.3.2.2 laat de keuze van het materieel afhangen van de uitwendige invloeden van de ruimte. In een ruimte met AD4 is dat voor water bijvoorbeeld ten minste IPX4.
- Laat de exploitant paraferen vóór het ontwerp en de uitvoering, en houd het document bij de andere stukken van het dossier.
Bronnen
AREI Boek 1, geconsolideerde tekst versie 06 (FOD Economie): art. 2.2.1.1, hoofdstuk 2.10 met Tabel 2.5 tot 2.21, art. 3.1.2.1.b, art. 5.3.2.2, art. 6.5.8.2 en afdeling 9.1.6 met Tabel 9.1. Koninklijk besluit van 3 oktober 2024, art. 31 en 60. Deze gids vat de tekst samen en vervangt hem niet. OneLine is een tekenhulpmiddel; de beoordeling van de installatie en van het dossier gebeurt door het erkend organisme.
Zo doet OneLine het
In OneLine is het document met de uitwendige invloeden een eigen weergave, naast het eendraadsschema en het situatieschema, voor elk niet-huishoudelijk project.
- Een tabel met een rij per ruimte en een kolom per code, zoals ze gedrukt wordt: grijs voor Tabel 9.1, vet voor een afwijkende klasse.
- Per cel een keuzelijst met de omschrijving van elke klasse en, waar de tabel er een geeft, het voorbeeld uit Tabel 2.6 tot 2.21.
- Toetsenbord zoals in een rekenblad, en één klasse voor meerdere ruimten tegelijk.
- ‘Rest niet-specifiek bevestigen’ en ‘Geen voor het publiek toegankelijke ruimten’ met één klik.
- Ruimtetypes als suggestie van OneLine, telkens gestoeld op een voorbeeld uit de tabellen. Het AREI kent geen typeruimten; u beoordeelt elke ruimte zelf.
- Meldingen voor ruimten die niet of onvolledig beoordeeld zijn en voor verbruikers met een te lage beschermingsgraad.
- Een bijlage in de pdf van het dossier, met de regel over de publiek toegankelijke ruimten en paraafvakken.
Meer over niet-huishoudelijke installaties in OneLine leest u op Voor installateurs.
OneLine is een tekenhulpmiddel. De controles ondersteunen u, maar de beoordeling van de installatie gebeurt door het erkend organisme.